Julia Lovells ‘The Opium War’ (2011)

Ik las The Opium War: Drugs, Dreams and the Making of China (2011) van Julia Lovell, en leerde vrij veel. Het boek gaat (uiteraard) voornamelijk over de (Eerste) Opiumoorlog zelf, maar bevat ook wat voorgeschiedenis en andere historische context, en staat vooral ook uitvoerig stil bij de merkwaardige schaduw die de Opiumoorlog over het moderne China en zijn relatie met het westen wierp.

Om nauwkeuriger te zijn: van de in totaal 19 hoofdstukken schetsen 1-4 wat achtergrond,  5-14 gaan over de Eerste Opiumoorlog (1839-42) zelf, hoofdstuk 15 gaat over het interbellum en de Tweede Opiumoorlog (1856-60), en 16-19 behandelen hoe de kijk op het conflict in de loop der tijd veranderde en, uiteindelijk, uitgroeide tot het trauma dat het tegenwoordig is.

Hieruit spreekt inderdaad al de centrale stelling van het boek: namelijk dat de Opiumoorlog niet altijd werd ervaren als het trauma dat het tegenwoordig is. Dat het een relatief moderne ‘heruitvinding’ (een “contemporary recasting”) van het conflict is zelfs, bedoeld om in één haal met de kwast zowel de boosaardigheid van het westen als de corruptie en zwakte van het keizerlijke regime te schilderen.

Deze kwast werd eerst gehanteerd door de Nationalistische Partij in de periode van ‘nation building‘ in de jaren twintig en dertig, toen het trauma van de Opiumoorlog moest fungeren als “founding myth” van het Chinese nationalisme. En later door de Communistische Partij toen zij na de studentenprotesten, en het neerslaan daarvan op het Tiananmenplein in 1989, de ideologische teugels weer wat steviger wilde aantrekken.

High schools didn’t teach students anything about the Opium War until 1990,

… citeert Lovell ene Ma Zhibin, “a veteran author of history textbooks from the People’s Educational Press” in het concluderende hoofdstuk. Inderdaad heel veelzeggend als het klopt.

Maar in zijn tijd zelf werd de Opiumoorlog dus — hoewel uiteraard ook niet als pretje — niet ervaren als buitengewoon traumatisch. Dat is de voornaamste boodschap van het boek. En ik moet bekennen dat ik het wel een aannemelijk verhaal vind. Voor zover het over de oorlogen zelf gaat althans.

De cijfers alleen al spreken wat dat betreft inderdaad boekdelen: circa twintigduizend slachtoffers (doden én gewonden) is een hele hoop vergeleken met een terroristische aanslag, maar weinig vergeleken met bijvoorbeeld de Taipingrebellie (1850-64), waarbij naar schatting zo’n 20 tot 30 miljoen doden vielen, die niet lang na de Opiumoorlog door China woedde. Individueel menselijk leed is niet te kwantificeren natuurlijk, maar we mogen aannemen dat destijds méér mensen de Taipingrebellie als bron van verdriet en trauma hebben ervaren dan de Opiumoorlog.

De verhalen over Chinese onverschilligheid of collaboratie met de Britten, om uiteenlopende redenen, illustreren die boekdelen.

Het probleem is dat de ellende waarnaar verwezen wordt met het handvat ‘Opiumoorlog’ zich niet beperkt tot het geweld van het conflict zélf. Deze schuilt juist vooral, ten eerste, in de toename van het Chinese opiumgebruik als gevolg van de Britse aanbodexplosie. En ten tweede doordat de Opiumoorlog in China een tijdperk inluidde — en niet slechts als voorteken maar als regelrechte oorzaak — die voor de Chinese bevolking catastrofaal was.

Het was immers het startschot voor een imperialistische feeding frenzy en de aanzet tot periode van instabiliteit die qua ellende zijn gelijke eigenlijk niet kent. De Taipingrebellie was daar slechts één uiting van.

Dus de Opiumoorlog, en wat er allemaal daarna gebeurde, kan je niet los zien van elkaar. Als iemand jou ervan beschuldigt dat je hem van de trap hebt geduwd, dan kan je jezelf immers ook niet verweren door te stellen: ‘Jamaar de duw zélf was helemaal niet zo hard.’

Diegene heeft het immers niet over jouw dúw, maar over zijn píjn. Als je geen verantwoordelijkheid wilt nemen voor die pijn kan je zeggen dat je de trap überhaupt niet zag, en dus dat je niet bedoeld had dat diegene zo pijnlijk zou vallen. Of je kunt ontkennen dat er überhaupt een oorzakelijk verband bestaat tussen jouw duw en zijn val, en beweren dat diegene vooral zelf van de trap is gevallen. Maar je kunt die val van de trap niet botweg negeren … want juist daar gáát het over.


Wat die twee aspecten betreft is het boek dus wat Oost-Indisch doof: enerzijds voor de de ellende van opiumgebruik, anderzijds voor het feit dat de Opiumoorlog ook gevolgen had.

Over dat eerste wordt alleen heel kort en vrij vaag gemeld dat er weinig harde bewijzen zijn voor veel van de ergste verhalen, en dat deze waarschijnlijk niet uit de feiten zelf geboren zijn, maar uit politieke een politieke agenda. Daar had ik juist wel wat meer over willen lezen: wat zijn de concrete beschuldigingen, waar komen ze vandaan, en waarom kloppen ze niet? Ik kan er nu verdomd weinig over zeggen namelijk, en dat hoopte ik eigenlijk wel te doen na het lezen van een boek over het onderwerp. En dat tweede wordt eigenlijk helemaal niet behandeld. De Opiumoorlog wordt beschouwd alsof het plaatsvond in een vacuüm, zonder gevolgen.

Niettemin, het was een uitermate leesbaar en interessant boek, en waar ik (voor zover dat wat zegt) een hoop van geleerd heb. Ik zou nu alleen ook wel eens boek over dezelfde episode willen lezen dat iets minder vergevensgezind is. Want misschien is het flauw om te zeggen, maar ik krijg het gevoel alsof de Britse hand waarmee dit boek geschreven is net iets te graag over het Britse hart strijkt.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: